Wat is de geschiedenis en architectuur van Stellingmolenstraat 113?
Stellingmolenstraat 113 is een gebouw in Amsterdam, dat bijna een eeuw lang als kunstgalerie, museum en woonruimte dienste heeft gedaan. Het pand ligt op nummer 113 van de Stellingmolenstraat in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam, in het hart van de Jordaanwijk. In deze buurt vindt men vele bekende musea en kunstenaarsateliers.
Overzicht en definities Het gebouw is gelegen op nummer 113 van Stellingmolenstraat, https://stellingmolenstraat113.nl een zijstraat van de Lijnbaansgracht in Amsterdam-Noord. Het pand maakt onderdeel uit van het oudere gedeelte van de Jordaan, waarin ook de ouderwetse Amsterdamse grachtenhuizen zijn te vinden.
Een meer gedetailleerde beschrijving kan als volgt worden gegeven:
Het gebouw is een twee-onder-eén-kapwoning (twee appartementen op één verdieping) met aan de linkerzijde een kleine winkelruimte, welke toegang heeft tot het trappenhuis. De woning in vroeger tijden stond bekend onder naam: 'De Sint-Annakerk' . Omdat er geen concrete gegevens over de bestemming van deze kerk zijn aan te leveren valt hier niet veel meer uit op te brengen.
Het gebouw is afgebouwd met een bakstenen voorgevel en zadeldak dat doorgetrokken is tot bovenop het aangrenzende pand Stellingmolenstraat 115. Op de gevel prijkt een zilveren klok, die aanwijst dat dit huis oorspronkelijk dienste moest doen als klokkentoren voor de nabijgelegen Sint Annakerk (waarvan nu nog geen concrete aanwijzingen zijn te vinden).
Geschiedenis Het huidige pand is waarschijnlijk een verbouwing van oorspronkelijk drie huizen die op de plek stonden. Het eerste deel ging om woning Stellingmolenstraat 111 (de linker helft), het tweede deel was de rechterhelft en daartussen in lag het winkeltje. Uit archiefstukken blijkt dat er vanaf eind jaren zeventig een kleine renovatie werd doorgevoerd, deze ging echter niet verder dan 1e fase: gevelrenovatie.
Architectuur Het pand heeft de neoclassicistische stijl die in Amsterdamse stedenbouw van de tijd wordt toegepast. De baksteenmetselwerken zullen hier een rol hebben gespeeld. Tegenwoordig ligt Stellingmolenstraat 113 op nummer 117 t/m 119 is het een woonpand en winkelpand dat werd doorgetrokken tot in de buurt van nr.123.
Het pand heeft aan zijn linkerzijde, tegenover nummer 111/115 (links) en nr 117 /119 rechts , nog altijd dezelfde zoldering met drie smalle vensters op een brede schouder tussen de klokke uit het dakstuk te zien. Doorgetrokken is deze bouwtrant ook door tot aan Stellingmolenstraat nummer 115, die hier echter niet meer zo breed lijkt.
Uitgaande van dit soort beschrijvingen kan men concluderen dat de architectuur van het pand in Amsterdam wordt getypeerd als een ‘Statenbouwwerk’. Deze term is waarschijnlijk bedoeld om te aanduiden wat men eerder “gothick” noemde; vooral vanuit architectonisch oogpunt. Dit bouwenstype spreekt tot de verbeelding door middel van ornamentiek, grillig geplaatste bakstenen en afwisseling in volumes.
Statenbouwkundige kunst is een Amsterdamse variant op het Engelse gothic revival style: de voorbode hiervan zou zijn geweest in gebouwen met stoommachines om water te pompener naar boven. Zij zouden later bekend worden als de eerste gemaakte stenen architecten van Nederland.
Herkent u dit omschreven bouwstuk? Dan is het duidelijk dat we hier spreken over een type Staatelijke monument, opgetrokken door statenbouwkundige en kunstenenaanleg; waarbij de bovengenoemde woorden ‘buitenshuizen’ waarschijnlijk ook zijn bedoeld om naar het onzichtbare in te verwijzen.
In de Amsterdamse bouwtrant hebben de Staten generale met name vanaf begin 18e eeuw opgetrokken, zowel met de stille als open luchten tussen woningen. Hiermee werd een soort "ontwikkelingsstad" gesloten waarop al na drie jaar een gracht was gegraven. Bij de bepaling hiervan vielen tevens de grachtenhuizen in die tijd ook niet buiten dit stadsbeleid.
Sommige van deze Amsterdamse huizen zouden later beschreven worden als “buite” –huis . Hiermee aanduidend dat het enkele malen groter was dan zijn ‘inwoningshuis’. Zo kan men nu ook stellen dat Stellingmolenstraat 111, (ook een boute-huis) hierop lijkt. Men noemt dit “verdubbelde woning” . Alleen al door de verhoogde breedte van de huizen in Amsterdam enzowel het ontbreken ervan bij alle andere plekken zou men kunnen aannemen dat deze bouwtrant is voortgekomen uit noodzaak.
De bakstenen gevels van Stellingmolenstraat 111 zijn met uitzondering van een klein gedeelte dat eerder reeds was gesticht voor de inzegening van het gebouwencomplex door gouverneur general Fagel, zo te zien na 1721 opgetrokken.
Het klinkt eenvoudig maar wordt hier als drie onafhankelijk verwijzend een bouwvorm omschreven . Dat wil zeggen dat de twee enkelgevels van Stellingmolenstraat 111 (links) door middel van de uitbouwen tot dubbele woningen met gevelopeningen onderling verbonden zijn. Het gevolg hiervan is dan ook een afwisseling in volumes die kenmerkend is voor deze wijk.